Na 27 februari 2020 werd alles anders. De samenleving van ‘toen’ bestond niet meer en ging vervolgens over in een leefwereld met allerlei beperkingen. Beperkingen als gevolg van Covid-19 besmettingen en officieel een pandemie met ingang van 11 maart. Op het moment van schrijven (mei 2020) zijn we dus ruim twee maanden verder. 

Hoe heb ik die periode tot nu toe beleefd? Wat heeft het met mij gedaan? Mijn ruimtelijke gedrag. Mijn manier van kijken. Mijn wijze van denken over hoe deze periode door te komen. Alles hangt ongetwijfeld met elkaar samen. 

Ik ben momenteel in mijn 66e levensjaar en ben opgevoed door twee ouders, die allebei op eigen wijze een periode met verregaande beperkingen (1940-1945) hebben beleefd. Ik realiseer mij nu dat hun verhalen, doorspekt met relativering, ook bij mij een bepaalde mate van relativeringsvermogen hebben ontwikkeld. Toen duidelijk werd dat Covid-19 niet aan Nederland voorbij zou gaan, en ongetwijfeld Brielle daarbinnen ook niet zou ontzien, ging zich bij mij een gevoel van bezorgdheid ontwikkelen. Doordat deze inbreuk op ieders leven en dus ook dat van mij buiten mijn invloedssfeer lag, had het geen zin om in paniek te raken. Wat bij mij gelukkig ook niet is gebeurd. Als je in paniek raakt, is helder nadenken niet eenvoudig. En dat wilde ik voorkomen. Alert zijn en voorzichtigheid boven alles. Dat wel. Maar ook rationeel kunnen omgaan met teleurstellingen. Deze speerpunten houden mij op de been. Ik wil verantwoord kunnen handelen op basis van juiste, objectieve informatie. De wekelijkse briefings van o.a. het RIVM/OMT aan de Tweede Kamer, die op televisie werden uitgezonden, heb ik daarom zoveel mogelijk gevolgd. 

Het leven, dat ik gewend was te leiden (ook in mijn woonomgeving Brielle), was plots omgebogen. Doordat ik anderhalf jaar geleden met pensioen ben gegaan, kreeg ik meer ruimte voor vrijwilligerswerk. Sommige van mijn activiteiten kwamen echter noodgedwongen stil te liggen. Drie keer per week naar de sportschool kon niet meer. In plaats daarvan fiets ik frequent vele kilometers over Voorne. De eerlijkheid gebied mij wel te zeggen dat ik eigenlijk een ‘mooi-weer-fietser’ ben. Het hoofd leeg maken en genieten van het polder- en duinlandschap. Regelmatig was ik voorheen te vinden binnen de muren van DukdalfBres. In de ruimte van de bibliotheek voor een activiteit als taalcoach en in het BREStheater als vrijwilliger theatertechniek. Dat laatste doe ik al heel lang, maar dat kan, doordat de cultuursector door de overheid ‘op slot is gezet’, voorlopig geen doorgang meer vinden. En dat doet pijn! Hopelijk komt er snel licht aan het eind van deze tunnel.

En dan het openbare leven in Brielle. Alles en iedereen (waaronder de middenstand) moest zich aanpassen aan (telkens) nieuwe maatregelen. In het begin raakte een deel van de bevolking blijkbaar ‘in paniek’, waardoor lege schappen de afwezigheid van o.a. toiletpapier kenmerkten. En het meest onschadelijke geneesmiddel paracetamol kon alleen nog maar bij de kassa’s van Kruidvat en Etos in beperkte hoeveelheden verkregen worden. Hamsteren door bepaalde mensen in tijden van crisis is voer voor psychologen. Om nog maar te zwijgen over die mensen, die toch met z’n tweeën de supermarkt induiken met allebei een ‘ontsmet’ winkelwagentje, waarbij er eentje leeg blijft. Als iedereen zich zo zou gedragen…….. Hoezo ‘anderhalve-meter-samenleving’. Wat zegt dit over de sociale intelligentie van bepaalde mensen? Gelukkig betreft dit een beperkt aantal individuen. Over het algemeen ervaar ik ‘het gedrag van de Briellenaar’ zoals het hoort. Brielle is op dit moment geen corona-haard, waar ik mij als oudere jongere behoorlijk veilig voel. Maar ik heb wel gemerkt dat ik mij alerter beweeg en probeer (ook in de winkel) anderhalve meter afstand te houden, hoewel dat niet altijd lukt. Ik kijk verder om mij heen en probeer de mensen te scannen, waarvan ik vermoed dat ze het niet zo nauw nemen met de RIVM-afspraken. Meer kan ik niet doen. Mezelf volledig in isolatie stoppen zou ik ervaren als sociale verarming. Wat ik vooral mis (en daar zal ik ongetwijfeld niet de enige in zijn), is het frequente ‘face-to-face’ contact met de mensen, waar ik graag mee samenwerk. Dus probeer ik op andere manieren in contact te blijven en ook met humor te communiceren.

De zomer staat weer voor de deur. Een geplande vakantie heb ik moeten cancelen. Maar als komende zomer gaat lijken op de meest recente zomers, zal ik onze tuin wellicht gaan herontdekken. Normaal gesproken hebben mensen het vaak over het ‘winterklaar maken’ van een tuin, maar nu is het ‘zomerklaar maken’ aan de orde. Waar ik wel benieuwd naar ben, is hoe de Brielse horeca na 1 juni een en ander gaat organiseren. Een biertje drinken elders, samen met ……, zal ik toch wel als een extra feestje beschouwen.

door Jan Posma